Mig Welding

You are here:

MIG/MAG-lassen

MIG/MAG staat voor Metal Inert Gas/Metal Active Gas. Het zijn eigenlijk twee soorten maar omdat het enige verschil het gebruikte gas is wordt het toch als eenzelfde soort gezien. Bij deze twee lasprocessen wordt er tijdens het lassen continu een draad aangevoerd. Tussen deze draad en het werkstuk wordt de boog in stand gehouden. Het smeltbad wordt beschermd door een beschermgas. Bij MIG-lassen gaat het om een inert gas (bijvoorbeeld argon of mengsels van argon met waterstofgas en helium); bij MAG om een actief gas (bijvoorbeeld kooldioxide of argonmenggassen met Ar, CO2 en O2). Een inert gas reageert niet (met het smeltbad) en een actief gas wel, dus heeft een actief gas invloed op de samenstelling van de uiteindelijke las. Vaak worden er ook menggassen gebruik tussen inerte en actieve gassen. MIG/MAG-lassen is tegenwoordig het meest gebruikte lasproces door zijn veelzijdigheid en snelheid: zo’n 50 % van alle toevoegmetaal verkocht in België wordt voor dit proces gebruikt. Het is zo populair wegens de mogelijkheid tot mechanisatie en robotisatie, hoge flexibiliteit en hoge neersmelt.

Er kan op drie manieren gelast worden:

  1. Kortsluitboog (short arc), bestaande uit herhaalde kortsluitingen

  2. Sproeiboog (spray arc), en

  3. Pulsboog (pulsed arc).

Bij MIG/MAG wordt een constante spanning gebruikt, i.t.t. TIG-lassen en lassen met beklede elektrode, waar een constante stroom wordt gebruikt.

  1. Beschermgas

  2. Lasboog

  3. Smeltbad

  4. Gestold lasmetaal

  5. Zwanehals pistool

  6. Gasmondstuk

  7. Draadmondstuk

  8. Lasdraad, massief of gevuld

  9. Beschermende atmosfeer

  10. Basismateriaal